„Als wij willen dat er betere tijden aanbreken moeten wij naar eenvoud terugkeren.“ (Abt Franz Pfanner)

 

Wendelin Pfanner werd geboren op 20-09-1825 in Langen in Vorarlberg, Oostenrijk. 

Hij werd in 1850 priester gewijd en wilde graag missionaris worden. Zijn slechte gezondheid liet dat echter niet toe. 

Na twaalf jaar in het pastoraat werkzaam te zijn geweest houdt hij rekening met een vroege dood. Als voorbereiding op zijn sterven treedt hij in bij de Trappisten in Mariawald in de Eifel, Duitsland. Daar krijgt hij de kloosternaam Franziskus.

Maar tot ieders verbazing wordt zijn gezondheid steeds beter. Hij kan al snel pionierswerk verrichten in Tre Fontane bij Rome, waar hij het klooster herstelt.

Van daar uit reist hij naar Bosnië, om daar een Trappistenklooster te stichten. Dit wordt het Trappistenklooster „Maria Stern“ in Banja Luka.

Het was de bedoeling dat hij bij de generale bijeenkomst van de orde in 1879 benoemd zou worden als abt van het nieuwe door hem gebouwde klooster. In plaats daarvan volgt hij de oproep van een bisschop die om monniken vraagt voor Zuid-Afrika.

In 1880 komt hij met 30 monniken uit "Maria Stern" in Zuid-Afrika aan en sticht in 1882 het Trappistenklooster „Mariannhill“, waarvan hij drie jaar later, in 1885, abt wordt.

In datzelfde jaar sticht hij ook de Missiezusters van het Kostbaar Bloed van Mariannhill. 

Langzaam maar zeker spitst zich de spanning tussen het contemplatieve, beschouwelijke leven van de monniken en de brede visie en plannen van de abt toe. Er onstaan naast spanningen ook misverstanden en zo wordt Abt Franz Pfanner in 1892 voor een jaar gesuspendeerd van zijn ambt; ieder contact met de zusters wordt hem verboden.

In 1893 volgt vervolgens de vrijwillige terugtreding van Abt Franz en al snel daarna begint hij een teruggetrokken leven op een missiestatie in Zuid-Afrika. Hij blijft wel ijveren voor de zelfstandigheid van de zusters. 

Op 24-05-1909 sterft Abt Franz Pfanner. Hij wordt begraven op het kerkhof van Mariannhill. 

Wie was Abt Franz Pfanner?

  • Een priester die wist dat een graankorrel langzaam en in het verborgene groeit, maar ook praktische kernachtige uitspraken kon doen over alle strijdvragen van zijn omgeving en tijd;
  • een Trappist, die met zijn absoluut eerlijke karakter en zijn vaak wat ruwe optreden aanstoot kon geven;
  • een missionaris, die door zijn persoonlijk charisma mensen zo enthousiast kon maken dat zij letterlijk alles verlieten en hem naar Afrika zijn gevolgd; 
  • een kloosterstichter en organisator, die onvermoeibaar middelen en wegen zocht voor de evangelisatie van Zuid-Afrika en daarbij een ontwikkelinghelper werd, die zijn tijd ver vooruit was in denken en handelen;
  • een man van gebed, die in zijn zoektocht naar de juiste beslissingen miskenning, eenzaamheid, verbanning en verachting op zich nam en zo zijn werk en dat van de katholieke kerk door zijn lijden vruchtbaar maakte.
  • zijn daadkrachtigheid en zijn vastbeslotenhied, zijn onverschrokkenheid in moeilijkheden en bij tegenstand, zijn heldere zicht en standpunt in moeilijke omstandigheden, zijn gevoel voor wat het juiste was op het juiste moment, 
  • en heel speciaal zijn diepe, in het leven van alledag geleefde geloof zijn voor ons zusters een bijzondere erfenis.